Tips voor de omgeving

1. Bij een vermoeden

Wanneer je een vermoeden van seksueel misbruik of kindermishandeling hebt, spreek dan eerst eens met het kind, de jongere zelf. En luister naar wat hij of zij te vertellen heeft. In ieder geval, wat je ook doet, doe er in ieder geval iets aan, in plaats van het kind aan zijn of haar lot over te laten. Velen zeggen: wel, dat is toch normaal, dat je daar iets aan doet, maar in de praktijk lijkt het toch niet zó normaal.

2. Onvoorwaardelijk aanwezig

Maak duidelijk dat het kind ten allen tijde bij jou terecht kan wanneer het met iets zit, of wanneer het een probleem heeft etc.

3. Tijd en ruimte

Geef het kind ook de tijd en ruimte om een vertrouwensband op te bouwen. Wijs het kind ook zeker niet af wanneer het er te lang over doet om iets te zeggen, want praten is voor een kind echt de moeilijkste stap. Help het kind om die geheimhouding te doorbreken. Speel in op wat het kind wel zegt en vooral: “respect en vertrouwen” zijn de sleutel tot alles!

4. Lichaamstaal

Luister niet alleen met je oren, maar ook met je ogen: het kind zegt heel vaak verbaal, met woorden, dat alles oké is en alles goed gaat. Maar de lichaamstaal of de niet-verbale taal van een kind laat vaak andere dingen uitschijnen. Stel altijd: verbaal kan men liegen, maar non-verbale taal liegt nooit.

5. Geen dwang

Dwing het kind nooit om iets te zeggen wat het niet wil, dwing het kind ook niet om gevoelens te tonen. Je doet eigenlijk al enorm veel door er gewoon te zijn. En natuurlijk ook door hem of haar te steunen, steun die ze al dan niet zelf vragen.

6. Wel willen praten, maar niet kunnen.

Wanneer je merkt dat het kind wel wil praten, maar het niet durft of zo. Vraag dan of ze het niet eens wil tekenen of opschrijven. (Vaak is er tegen het kind gezegd geweest dat ze nooit over het geheim mocht praten, schrijven en tekenen is niet spreken.) Probeer dat ook duidelijk te maken aan het kind.

7. Automutilatie

Wanneer je merkt dat hij/zij automutileert (zichzelf beschadigd) laat dan merken dat je niet akkoord bent met wat ze doen, maar steun hem of haar wel. Want vaak is het een manier van overleven, de enige manier die voor hem of haar efficiënt blijkt (dat voelen ze toch zelf zo aan). Dreig ook zeker en vast niet met het afpakken van scherpe voorwerpen, dat haalt toch niets uit, kinderen en jongeren zijn inventief genoeg. Dreig ook nooit met: “als je het nog eens doet ben ik je vriend niet meer” of “ik wil het niet meer zien want dan help ik je niet meer verder” of “Ik zal het tegen je ouders moeten zeggen” etc. Deze dreigingen kunnen juist nog meer leiden tot automutilatie of tot verlies van vertrouwen in jou.

8. Geen schuld

Maak het kind nog eens extra duidelijk dat hij of zijn niet in de fout is en hem of haar geen schuld treft. Het kind zal ook moeite hebben om dat te geloven.

9. Aantrekken en afstoten

Slachtoffers willen dolgraag steun, liefde en vriendschap, maar wanneer je te dichtbij komt of wanneer ze je juist het meeste nodig hebben, zullen ze je juist afstoten. Probeer op die momenten de gulden middenweg te vinden. Neem afstand, om hem of haar ruimte te geven, maar neem niet té veel afstand. Maak ook duidelijk dat je er nog steeds bent wanneer hij of zij je nodig heeft.
Ik vind het zelf enorm belangrijk dat je toch probeert om erover te praten. Wanneer je geen kansen krijgt of wanneer je zelf die kansen zelf niet grijpt om erover te spreken is het enorm moeilijk om ook maar iets van het hele gebeuren te kunnen verwerken. De verwerking op zich kan ook jaren duren en hoe sneller je ermee begint hoe beter.

Een luisterend oor kan al zoveel doen,

luister niet alleen met je oren,

maar ook met ogen en hart.

Cleo Coralie

Advertenties