Geen categorie, Voeldagboek

Voeldagboek

Donderdag moest ik weer naar mijn psycholoog, Stijn. Ik wilde eigenlijk helemaal niet gaan. Maar vond het langs de andere kant dan ook weer geen goed idee om niet te gaan. Dan toch maar thuis vertrokken richting psycholoog. Ik ging binnen en werd voor de verandering nog eens doorgestuurd richting wachtkamer (die echt te kaal en te leeg is naar mijn zin). Er was niemand dus oortjes ingedaan met muziek, steeds hetzelfde nummer geluisterd (voetstappen in het zand) opnieuw en opnieuw en opnieuw. Toen kwam er een koppel binnen. De vrouw zei dag tegen me en zei bijna onmiddellijk: ‘ahha het meisje van vorige week, klopt toch hé? Jij was hier vorige week toch ook?’ Ik zei dat het klopte en dat ik er vorige week ook was, maar dan op een ander uur. Ondertussen praatte de vrouw druk verder dat ik blijkbaar heel geïnteresseerd was in haar ring, dat ik gevraagd had van waar ze hem had, … De vrouw zei dat ze even snel naar het toilet ging en dat we dan verder zouden praten. Ik schaamde me dood. Ik had die ring nog nooit gezien en de vrouw die hem droeg ook niet! Mijn eerste gedacht was dat die vrouw zich vergiste, maar ze leek zo zeker dat ik begon te twijfelen. Ik weet dat ik vorige week in de wachtkamer nogal vaag en verward was, maar een conversatie zou ik me toch nog wel kunnen herinneren? Of niet? De vrouw keerde terug van het toilet en begon weer over de ring toen mijn psycholoog binnenkwam en me vragend aankeek. Ik stond op, de vrouw vroeg nog of ik het me echt niet kon herinneren en deed het verhaal helemaal opnieuw. Ik schaamde me zo … gewoon omdat ik het echt niet wist en het me echt niet kon herinneren. Ik vertelde haar dat ook, dat ik het me niet herinnerde. Ze was zelfs zo opgegaan in het verhaal dat ze gewoon haar eigen echtgenoot voorbij liep, met ons uit de wachtkamer liep en naar buiten stapte om haar man te zoeken. Mijn psycholoog keek me echt raar aan … en ik werd spontaan rood tot achter mijn oren. Toen gingen we samen naar boven … Hij begon direct over vorige week, dat hij toen het gesprek geleid had en dat hij dat steeds minder zou doen. Hij vertelde me ook dat hij van mij verwachte dat ik meer zelfstandig zou gaan vertellen. Hij vroeg ook hoe dat bij mijn vorige psychologe Katrien ging. Ik vertelde dat als ik binnenkwam ze gewoon dag zei en dat dat het was. Voor de rest moest ik maar vertellen over mezelf. Ze stelde me maar zelden vragen, vooral wanneer ze iets niet begreep of iets niet duidelijk was. En wat ik me het beste kan herinneren zijn de doodse stiltes. Soms zweeg ik 10 soms zelfs 20 minuten of meer aan een stuk. Ze deed zelf pas moeite om vragen te stellen na die stilte … misschien had ze gewoon genoeg van me. Ik ben bang dat het nu met mijn nieuwe psycholoog hetzelfde wordt … ook weer die stiltes en sommige dingen kan ik gewoon niet zomaar uit mezelf gaan vertellen. Daar kan ik best wel wat ondersteunende vragen bij gebruiken. Hij vertelde dat vandaag (donderdag dus) de eerste les zou zijn en dat we het stap voor stap zouden opbouwen. In het begin zou het moeilijk zijn vertelde hij, maar tegen het einde zou het spontaan en bijna vanzelf gaan. Ik weet niet of ik dat moet en kan geloven eigenlijk. Wat ik best wel lief vond was, dat hij me zei dat ik zoveel van de hak op de tak mocht springen als ik zelf wilde, mijn verhaal moest geen samenhangend, aan een stuk doorlopend geheel zijn zolang het voor hem maar begrijpbaar was. Ik vertelde hem dat schrijven me vaak beter lukt dan dingen echt vertellen. Hij begreep dat, maar vond het ook belangrijk dat ik dingen met woorden begon te noemen en dat ik over dingen zou kunnen praten zonder dat ze mij nog te veel pijn en verdriet deden. Ik kan schrijven, ik kan alles schrijven en op papier of op de computer doet het al zoveel pijn … en in het echt kan ik het gewoon niet zeggen, ik kan het geschrevene zelf niet eens voorlezen… Ik had hem vorige week ook al verteld dat ik schreef op een website en dat vond hij heel goed, omdat ik dan nog steun zou hebben wanneer het in die week niet goed gaat. Ik vertelde ook dat ik tegen een klein aantal personen wel dingen kon vertellen en er over praten, al is het dan maar op de chat of op msn. Maar daar lukt me dat wel en daar ging het dan ook over in therapie, dat ik dat stilaan ook wel moet kunnen. Zei ik nogal bot dat je die persoon tegen wie je het zegt wel eerst moet kunnen vertrouwen, natuurlijk bedoeld op mijn psycholoog.Ik schaam me er wel voor dat ik dat gezegd heb, maar langs de andere kant meen ik het ook echt! Hij was even stil en zei dan… ja, je hebt gelijk, het is ook logisch dat je eerst iemand moet vertrouwen voor je erover kan spreken. En ik was nog niet gedaan, ik ging doodleuk verder dat het feit dat hij een man is het er niet gemakkelijker op maakt. Toen bleef het nog wat langer stil en hij zei dat ze het op het secretariaat niet aan me gevraagd hadden of ik graag en man of vrouw had en dat ze dat misschien beter wel hadden gedaan, hij gaf ook aan dat hij het wel kon begrijpen als ik nog van psycholoog wilde wisselen als ik echt liever een vrouw had. Ik reageerde dat ik het echt haat van mezelf omdat ik hem en andere mannen veroordeel, maar dat ik het toch wil proberen en hem een kans wil geven. Daarna had ik het over het selecte groepje mannen dat ik wel vertrouw aangezien hij dan direct naar mijn vader vroeg. En aangezien mijn vader mijn maatje is, geen slecht woord of verdenkingen daarover. Er zijn momenteel drie mannen in mijn leven die ik vertrouw. Best weinig eigenlijk maar kom … . Hij vroeg me of ik mannen dan geen kans gaf. Spontaan had ik weer de neiging om te zeggen: ik geef u een kans. Ben blij dat ik dat niet gedaan had. Ik vertelde over mijn Ex M. die me misbruikt had op de laatste dag. Ik repte met geen woord over het hoe en wat, maar vertelde over hoe hij was in het begin en tegen het einde van onze relatie. Een dominante man die me verbood om mijn vrienden te zien of ermee af te spreken, een man die het niet leuk vond dat ik ging werken op zaterdag en zondag, … Hij vroeg naar de dingen die goed waren. Ik heb heel diep nagedacht en nadien toch maar gewoon gezwegen. Terwijl ik in mijn hoofd denk dat het enige goede is dat hij me van het balkon afgetrokken heeft toen ik wilde springen en dat ik dankzij hem nog leef. Soms kan ik dan ook eerder het tegenovergestelde denken in de trand van ‘jij hebt ervoor gezorgd dat deze miserie niet ophield en gewoon doorgaat. Ander onderwerp … Toen zijn we gestopt omdat hij liever wat op tijd ophoud om wat tot rust te komen, blijkbaar heb ik dat nodig.

 

(C) Cleo Coralie

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s