Voeldagboek

Voeldagboek

Mijn oude psychologe was eigenlijk een hele zachte en warme vrouw, altijd heel voorzichtig om niets te forceren. Haar menig was dat alles op zijn tijd wel komt. Ze behandelde me met zachtheid, mijn noot werd niet gekraakt, maar er braken stilaan kleine stukjes van mijn dikke pel af. Op het einde van de therapie noemde ze me een ondoorgrondelijke jonge vrouw, daar bedoelde ze eigenlijk mee dat we nog steeds niet tot de essentie (het misbruik en de ervaringen op zich) aangekomen waren. Ze vertelde me dan ook dat ik ten allen tijde terug kon en mocht komen bij haar. Zij wachtte op mij, zij deed het op mijn tempo, hoe traag dat ook was. En vooral, ze ergerde zich niet aan het trage tempo!

Mijn nieuwe psycholoog, Stijn, dat is helemaal anders, niet te vergelijken met Katrien. Hij is wel begrijpend, (soms te) eerlijk en zegt heel confronterende dingen. Ik had gisteren al onmiddellijk het gevoel dat hij de noot volledig opengebroken had, er zijn stukken en brokken af de pel door de druk die hij uitgeoefend heeft (in plaats van de wachtende en op mijn tempo werkende Katrien, zit ik nu voor een man die gewoon de notenkraker erop zet). Ik zeg maar al direct erbij dat het maar een aanvoelen is, ik voel het zo aan, het hoeft zo niet te zijn. Ik kwam gisteren vele slechter buiten dan dat ik binnen ging.

Ik zal beginnen bij het begin. Ik zou met de bus en met de tram naar mijn psycholoog gaan. Toen ik in het dorp bij ons op de bus stond te wachten liep het eigenlijk al goed mis. Ik voelde me echt rotslecht. Ik was duizelig, misselijk, had een naar gevoel in mijn maag en het gevoel dat mijn benen me niet meer konden dragen, ik heb me dan maar voor de zekerheid tegen de muur naar beneden laten glijden. Ik rilde echt over mijn hele lichaam, ik werd aangekeken eigenlijk meer aangestaard alsof ik gek was. Één vrouw was eens komen horen of het wel oké ging met me, ik heb het maar geweten aan mijn suikerziek zijn… ik wist en durfde eigenlijk niet veel anders te vertellen, ik schaamde me dood. Een dikke 20 minuten later ging het weer iets beter, ik heb de eerstvolgende bus genomen naar het stad. Ik heb via een plannetje gezocht waar ik moest zijn. Na het binnenkomen werd ik direct richting wachtkamer gestuurd en ook daar gierde de angst door mijn lichaam. Toen kwam Stijn binnen en werd het tijd voor therapie … We gingen samen naar boven, toen we neerzaten begon hij te vertellen. Hij zei dat het doel van vandaag was dat we elkaar wat beter gingen leren kennen. Hij stelde ontzettend veel vragen … zo veel zelfs dat ze soms in het midden van mijn uitleg kwamen,wat me mateloos irriteerde. Hij vroeg eerst waarom ik bij Katrien terecht kwam. Ik vertelde dat ik een jaar depressief geweest ben na mijn eerste echte relatie met M. en dat hij me op het einde van die relatie misbruikt had. Ik vertelde ook dat ik van hem niet verwacht had dat hij het ook zou doen, omdat hij wist van mijn verleden. Hij leidde daar direct uit af dat ik in het verleden ook misbruikt ben geweest. Ik blokkeerde volledig, kreeg het moeilijk en kon zo beginnen huilen (ja, jullie horen het goed, Muis en huilen in dezelfde zin…) omdat hij er na 5 à maximum 10 minuten gesprek al zo direct opzat. Hij zei: ‘ik zie dat het nog steeds gevoelig ligt bij jou, ik stel voor dat we het nu over iets anders gaan hebben, het is maar een kennismakingsgesprek en niet echt de bedoeling om direct zo diep te gaan.’ Enerzijds vond ik het oké omdat ik het er (nog) niet over wilde hebben, maar gewoon door de laatste zin (het is maar een kennismakingsgesprek en niet de bedoeling om direct zo diep te gaan) voelde ik me anderzijds ook afgewezen. Dan begonnen de vragen over het gezin waarin ik opgegroeid ben, over mijn vader, mijn moeder, mijn grootmoeder en mijn broer. Bij iedereen kon ik een hele hoop vertellen, bij mijn broer was dat anders. Ik kon alleen vertellen dat ik nu een veel betere band met hem heb als vroeger, meer zei ik niet. (Ik leer mijn broer heel stilletjes aan terug te vertrouwen.) Hij vroeg door, vroeg of ik niet meer over hem kon vertellen, of ik niet nog ergens aan dacht. Euhm, nee niet echt. ‘Ik ken jou (nog) niet, ik vertrouw je (nog) niet, je moet en kunt niet van mij verwachten dat ik jou nu vertel dat ik misbruikt ben door mijn broer, dat kun je dik vergeten en als je dat wel verwacht van mij dan kan je nu al de hoogste boom in …’ Ja, mijn gedachten zijn niet zo heel lief voor hem geloof ik … Ik weet echt niet meer hoe we er bij gekomen zijn, maar opeens had ik het over het middelbaar. Ik vermoed dat hij me gevraagd heeft of ik nog een keer proberen praten heb over wat er gebeurde. (Ik schrijf hier het hele verhaal, in therapie heb ik maar een deel verteld) ’s Avonds had ik ruzie gehad met mijn ouders, ik kreeg weer eens de schuld van iets wat mijn broer had gedaan, razend was ik toen. De volgende dag had ik ruzie met twee van mijn beste vrienden (waarbij één van de tweelingjongens zei dat ik niet in mijn familie paste, en dat het beter zou zijn dat ik er gewoon niet meer was, hij meende het niet en dat weet ik hij was gewoon kwaad), de ruzie had me gekwetst en deed me weer denken aan de ruzie met mijn vader, ik was naar de toiletten beneden gegaan en had me voor de eerste keer gekrast. Toen ik naar buitenkwam heb ik mijn handen en armen gewassen en afgedroogd, er was toch niemand in de toiletten. Buiten op de speelplaats zagen twee goede vriendinnen dat mijn witte mouw van t-shirt lichte bloedsporen vertoonde. Betrapt, na de eerste keer. Ze spraken me erover aan en wisten direct wat ik gedaan had, ze deden het namelijk zelf. Aangezien ik niet wilde luisteren wilden ze voorkomen dat ik het nog zou doen en daarom gingen ze naar een leerkracht. Die leerkracht gaf iedereen in de klas een taak en kwam dan naar me toe. Ik moest mijn jas die op mijn stoel hing aan de kapstok gaan hangen, ik zei heel droogjes dat als ik dat moest, de rest van de klas dat ook maar zou moeten doen. Dus kon hij niet anders dan iedereen die opdracht geven. Als één van de laatste ging ik weer op mijn plaats zitten. Ik moest mijn handen op tafel leggen, slim als ik dacht te zijn legde ik ze met de foute kant naar boven, hij wist precies waar hij moest kijken dus zei hij dat ik mijn handen om moest draaien, dat deed ik niet. Hij herhaalde het nog twee maal en ik wist dat ik er niet onderuit zou kunnen komen dus, deed ik wat hij vroeg. Hij nam zijn lat en stroopte zo mijn mouwen wat naar boven op en riep door de hele klas de vraag wat dat was. Ik antwoordde niet, hij zag toch zelf wat het waren zeker. De hele klas luisterde, iedereen keek, ik kon door de grond zakken van schaamte terwijl ik anderzijds razend was op hem. Hij vroeg waarom ik het gedaan had. Ik zei dat ik ruzie had met de tweeling en dat was volgens hem een uitvlucht, en eigenlijk was dat ook een uitvlucht, de ruzie met de tweeling was voor mij de druppel die de emmer deed overlopen. Ik zei dan maar heel stil en onhoorbaar ‘mijn broer meneer’. Wat is er met je broer? Antwoord! Ik wil een antwoord nu. Ik was zo bang dat ik ons geheim verraden had dat ik niets meer durfde zeggen. En de toon van de leerkracht en de klas die luisterde deed er ook niet veel goeds aan. Sindsdien was M. de eerste tegen wie ik het weer probeerde te vertellen en nadien mijn ouders. Ik vertelde ook dat mijn dader mij de toestemming had gegeven om het tegen M. te vertellen. Hij bleef maar polsen naar wie het was. ‘Ja, hallo, ik ga het echt niet aan jouw neus hangen hoor! Vergeet het!’ Is het je broer … ik kijk stilzwijgend de hele kamer rond om daarna in het niets te staren. Een kwartier voor het tijd was, zei hij dat we gingen afronden om rustig af te kunnen sluiten. Hij zei dat hij me liever wekelijks zou zien omdat hij het idee heeft dat mijn vorige psychologe haar werk niet goed heeft gedaan en bijna alles nog steeds onverwerkt is. En om gelukkig te zijn zou dat wel verwerkt moeten worden. Hij vroeg of ik hiermee akkoord ging, eigenlijk niet nee, maar wat kon ik anders zeggen dan ja? Hij vroeg achter mijn school, wat ik deed, hoe het ging. En toen had hij nog wat algemene gegevens nodig. Heeft u ooit zelfmoordgedachten gehad… weer blijft het stil om dan met een piepstemmetje ‘ja’ te zeggen, maar niet recent. Heeft u ooit een zelfmoordpoging ondernomen, ook nu blijft het stil en er komt geen antwoord. Al vermoed ik dat schaamrood op mijn gezicht weer boekdelen spreekt. Oké, dan gaan we nu naar beneden, naar de balie voor een nieuwe afspraak en een betaling. Verward en van de kaart loop ik maar achter hem aan.

Om af te sluiten: het is een man en weer laat ik over me heen lopen, weer ben ik niet in staat om mijn grenzen aan te geven! Ik wil niet wekelijks gaan, ik wil om de twee weken, dan heb ik rustig de tijd om op mijn positieven te komen en te herstellen. Nog zo iets, ik wil heel dat zooitje ongeregelde troep niet weer opnieuw naar boven halen, ik wil het hebben over het nu, de problemen die ik nu in het dagelijkse leven ondervind. Ik wil grenzen leren stellen, ik wil leren opkomen voor mezelf, ik wil zelfvertrouwen hebben. En ik wil niet praten over dingen waar ik niet over kan praten, ik wil er op een andere creatieve manier mee bezig zijn. Dat is wat ik wil, en het ergste is nog, dat ik niet eens kan aangeven bij hem dat ik dat wil. Dit is nu de dag na mijn therapie en nog steeds ben ik in de war en ik ben doodop (geestelijk en lichamelijk). Ik zie therapie op deze manier echt niet zitten.echt niet zitten.echt niet zitten.

(C) Cleo Coralie

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s