Voeldagboek

Voeldagboek

De laatste keer dat ik naar mijn psycholoog, Stijn, moest vroeg hij mij het volgende:
Ben je wel eens boos?

Ik keek hem toen snel even aan, om dan weer voor me uit te staren terwijl ik nadacht over de vraag … Boos zijn? Echt boos, razend, woedend niet echt geloof ik en dat vertelde ik hem. Ik vertelde hem ook dat het gemakkelijker is om boos te zijn op jezelf dan op anderen. Hij antwoordde daarop dat ik echt zou moeten leren om boos te zijn en ik dat ook eens zou moeten uittesten.  Omdat ik mezelf er niet mee vooruit help en volgens hem zouden mijn ‘neerslachtige gevoelens’ dan vervagen. Blijkbaar staat niet (echt) boos kunnen worden bij hem gelijk aan, ‘de schuld op jezelf nemen‘.

In ieder geval, van de week een voorval gehad, maar boos, echt boos was ik niet. Ik geloof dat het eerder een poging tot boos zijn was. Ik voelde vanbinnen wel boosheid
maar echt naar buiten kwam dat gevoel niet. Het sloeg bijna elke keer onmiddellijk om in verdriet en teleurstelling! Uiteindelijk bleek dat ik helemaal niet zo boos was … maar vele eerder verdrietig …

Nu, ik vraag me af, hoe leer je om boos te zijn?
Hoe kan je die gevoelens van boosheid toelaten?
Hoe kan je die uiten op een ‘normale’ respectvolle manier?
(Zonder dat je met je boosheid anderen kwetst?)
Hoe voelt het om boos te zijn?
Wat als die boosheid blijft hangen en niet meer weggaat?
Ik vraag het me allemaal af …

Eigenlijk ben ik ook wel benieuwd naar hoe het voelt om boos te zijn en misschien ben ik er ook wel een klein beetje bang van, ik wil ook niet vervallen in boosheid en woede …

Ik wil één van mijn favoriete verhaaltjes van Toon Tellegen hier plaatsen (handelt ook over het onderwerp boosheid)

Over de kreeft en de muis …

De kreeft klopte op de deur van de muis.
“Ja?” zei de muis.
De kreeft stapte naar binnen. Hij had een koffer bij zich die hij op tafel zette.
“Ik ben de kreeft” zei hij. “Wilt u wat boosheid?”.
“Boosheid?”vroeg de muis, die de kreeft wel kende.
“Ja”, zei de kreeft korzelig. “Boosheid. U wilt toch wel eens boos zijn?”
“Ja”, zei de muis. “Maar als ik boos wil zijn, dan ben ik ook boos. Dat gaat vanzelf.”
“Maar wel altijd met de goede boosheid?” vroeg de kreeft, terwijl hij de muis onderzoekend
aankeek.
De muis aarzelde.
“Nee”, zei de kreeft. “Niet met de goede boosheid dus.”
Hij maakte de koffer open.
‘Ik zal u laten zien wat ik allemaal heb’.
Het was een donkere koffer en de kreeft haalde een voor een de verschillende soorten boosheid tevoorschijn.
“Staat er wel eens iemand op uw tenen bij het dansen?” vroeg hij.
“Ja”, zei de muis.
“Dan heb ik hier een lichte boosheid die snel weer over gaat als hij opkomt”, zei de kreeft. Hij liet een dunne, lichtrode boosheid zien. “Een hele mooie boosheid”, zei hij.
Hij keek de muis even aan en vroeg: “Hebt u wel eens iets thuis vergeten als u ver weg bent?”
“Ja, heel vaak”, zei de muis. “Hoe weet u dat?”
“Dan heb ik hier de ergernis die daarbij past”,zei de kreeft.
Er kwam een rimpelige, grijze ergernis uit de koffer.
De muis knikte. Het was inderdaad de ergernis die paste bij iets vergeten.
“Ik heb zo’n soort ergernis al” zei ze. “Alleen in het geel.”
De kreeft liet ook nog paarse woede zien, een groenachtige kwaadheid en een sneeuwwitte razernij.
Onder in de koffer lag iets lichtblauws.
“Wat is dat?” vroeg de muis.
“Dat is geen boosheid” zei de kreeft. Hij kuchte even. “Dat is verdriet. Dat verkoop ik niet. Maar omdat u het bent…”
“Geeft u dat maar”, zei de muis.
“Het is eigenlijk weemoed”, zei de kreeft. “Het is meer dan verdriet.”
Hij gaf de muis de lichtblauwe, half doorzichtige weemoed, deed de koffer dicht en vertrok
weer.
De muis ging voor het raam zitten. Zij sloeg de weemoed om zich heen en keek naar de verte.
Het was een warme, windstille ochtend in het begin van de zomer.
“Ach…”, zei de muis en ze zuchtte diep.

Uit Toon Tellegen,, Is er dan niemand boos?

(C) Cleo Coralie

Advertenties